Vechten en volhouden
In dit artikel:
Defensie moet niet alleen kunnen vechten en volhouden, maar ook beschikken over de middelen om dat langdurig vol te houden. Volgens Eduard van Brakel zijn daarvoor weerbare en goed ondersteunde militairen nodig, maar ook voldoende materieel, reserveonderdelen, munitie, voedsel, brandstof, drones en logistieke capaciteit. Een krijgsmacht moet vooral effectief zijn; als daarvoor grote voorraden en extra personeel nodig zijn, moet daarin worden geïnvesteerd.
De auteur ziet de verhoging van het defensiebudget tot 2030 en de ambitie om in 2035 3,5 procent van het bbp aan Defensie te besteden als positieve, langdurige politieke steun. Ook de aangekondigde 14,1 miljard euro voor materieel en innovatie vindt hij een belangrijke stap. Tegelijkertijd noemt hij het problematisch dat de Defensienota erkent dat zelfs met dit budget niet alle grondwettelijke taken gelijktijdig kunnen worden uitgevoerd, zonder duidelijk te maken wat daarvoor wél nodig is.
Om een oorlog vol te houden, moet Nederland volgens Van Brakel bovendien over een sterke eigen defensie-industrie beschikken. Veel industriële kennis en capaciteit verdwenen na het einde van de Koude Oorlog. Defensie wil daarom nauwer samenwerken met bedrijven, kennisinstellingen, overheden en burgers om die kennis opnieuw op te bouwen en innovatie sneller in de praktijk te brengen. Dat is belangrijk wanneer bondgenoten niet direct kunnen helpen.
De krijgsmacht moet groeien en volgens de Defensienota sneller, slimmer en wendbaarder worden. Van Brakel voegt daarom een derde V toe aan ‘vechten en volhouden’: ‘vernieuwen’. Vooral ontwikkelingen rond drones, elektronische oorlogvoering en counterdrones volgen elkaar zo snel op dat traditionele aanbestedings- en verwervingsprocedures vaak te traag zijn. Hij betwijfelt of een nieuwe, centraal georganiseerde Defensie Innovatie Opschalingsautoriteit dit probleem oplost. Zo’n instantie kan juist een extra bureaucratische laag worden.
Daarmee legt de auteur een tegenstelling bloot: militairen moeten op het slagveld volledig op elkaar kunnen vertrouwen en zelfstandig snel beslissingen nemen, terwijl zij binnen Defensie vaak met strikte regels, meerdere goedkeuringsrondes en onduidelijke verantwoordelijkheden te maken hebben. Volgens Van Brakel zijn vertrouwen, vrijheid en verantwoordelijkheid lager in de organisatie belangrijker voor innovatie dan nieuwe managementstructuren. De manier waarop Defensie wordt bestuurd, moet daarom aansluiten bij de handelingssnelheid die van militairen in een conflict wordt gevraagd. Zijn kernboodschap blijft: vechten, volhouden en vernieuwen, zonder onnodige bureaucratie.
Vandaag Inside: Chris Woerts overtuigd: 'Uitgesloten dat de VVD een breed coalitieakkoord gaat sluiten met PRO'